Groeienderwijs leer je, leef je, word je groot. Groeienderwijs is de manier waarop je ouder, opvoeder wordt. Groeienderwijs wil je hier graag bij helpen. Groeienderwijs.
Sunday, September 05, 2010
Meer over beelddenkers
Beelddenken is een manier van denken in beelden, zonder woorden. Uit onderzoek blijkt dat er in iedere klas 1 of 2 beelddenkers zitten.

Als we als baby geboren worden, zijn we allemaal beelddenkers. Immers, we verkennen de wereld om ons heen door middel van beelden, expressie, muziek, geluid en totale ervaringen. Dit zijn zaken waarin de rechterhersenhelft dominant is. Naarmate we ouder worden, en de beschikking krijgen over meer talige vermogens, komt er ook ruimte voor woorden, getallen, details, analyse. Voor deze zaken is de linkerhersenhelft dominant.

Tot ongeveer ons 10e levensjaar wordt de linkerhelft steeds dominanter, totdat er rond dat moment een evenwicht is tussen beide hersenhelften. Echter: er is een groep mensen die bij het verwerken van hun informatie voorkeur blijft houden voor de rechterhersenhelft. Deze groep noemen we visueel-ruimtelijk georiënteerde mensen, of ook wel beelddenkers.
Beelddenken komt onder andere voor bij mensen met dyslexie, ad(h)d, hoogbegaafdheid, hoogsensitiviteit, stoornissen in het autistisch spectrum.

Beelddenkers kunnen herkend worden aan meerdere van de volgende kenmerken:

Signaleringslijst beelddenkers.

Spreken
O Zwakke articulatie.
O Onduidelijk praten (binnensmonds gemompel).
O Struikelen over woorden (denken gaat sneller dan praten).
O Verhaspelen van woorden.
O Veel gebaren maken bij het vertellen.

Luisteren
O Gericht luisteren blijft achter bij ontdekkend zien.
O Vertraagde of te snelle reactie op aanwijzingen en opdrachten.
O Luisteren met een “half oor”.
O Moeite met het verwerken van mondelinge informatie (onthouden van instructies, bij langdurige instructies de “rode draad” kwijtraken).
O Veel misverstanden (té letterlijk opvatten wat er wordt gezegd; standjes – voor anderen bedoeld – persoonlijk opvatten).

Taalontwikkeling
O Moeite met het koppelen van woorden aan beelden.
O Woordvindingsproblemen (dinges, die, dat...).
O Eigen/aardig woordgebruik.
O Weinig lijn in de verhalen die het kind vertelt (grote gedachtesprongen, achteraan of zomaar ergens midden in het verhaal beginnen, verhalen hangen als los zand aan elkaar).
O Vrij beperkte, maar wel originele woordenschat.

Motorische ontwikkeling
O Slechte fijne motoriek.
O Verhoogd ongeluksvatbaar.
O Onhandig.
O Geen ritme- of maatgevoel.

Oriëntatie in tijd en ruimte
O Gebrekkig tijdsbesef.
O Moeite met oriëntatie in de ruimte.
O Links en rechts verwarren.
O Moeite om zaken op (volg)orde te houden.

Overige kenmerken
O Vertraagde ontwikkeling (cognitief/affectief/ lichamelijk).
O Té kinderlijk gedrag (jong voor de leeftijd).
O Clownesk gedrag.
O Oververmoeid, zeker als de vakantie nadert.
O Korte spanningsboog (concentratieproblemen).
O Veranderlijk, gemakkelijk af te leiden.
O Wisselend prestatiepatroon.
O Moeite met het afmaken van dingen.
O Moeite om de aandacht te verdelen.
O Afhankelijk van omstandigheden (systematiek/structuur uit de omgeving).
O Impulsief/ associatief.
O Onverwacht heldere vragen en oplossingen voor problemen.
O Inzicht ontstaat als bij toverslag (Aha-erlebnis).
O Groot doorzettingsvermogen (uit lijfsbehoud).
O Fantasieverhalen, op het leugenachtige af.
O Moeite met het verwoorden van gevoelens/emoties.
O Veel fantasie, vindingrijk, origineel.
O Tot het uiterste doorgevoerde hobby’s.
O Dromerig/teruggetrokken (eigen wereldje).
O (Over)gevoelig/emotioneel kwetsbaar.
O Te resoluut optreden om onzekerheid te verbergen.
O Faalangst.
O Overdreven rechtvaardigheidsgevoel.
O Hoge empathie/sociaal zeer bewogen.
O Staat vaak wat alleen tussen broertjes/zusjes.
O Lage frustratiedrempel.
O Koppig/halsstarrig.
O Rommelig/chaotisch.
O Moeite om zich aan afspraken en regels te houden.
O Ongedisciplineerd (tekort aan zelfdiscipline).
O Vergeetachtig.

Werkhouding
O Neiging om snel tevreden te zijn over eigen prestaties.
O Onvermogen om eigen handelen kritisch te bekijken.
O Weerstand tegen nakijken van gemaakt werk (zelf controleren, eigen prestaties nog eens onder de loep nemen).
O Gevoel al klaar te zijn met het (huis)werk als er eigenlijk nog maar net een eerste gooi naar gedaan is.
O Te gehaast tempo met als motto “af is af”.
O Afraffelende, vluchtige manier van werken: vlug, vlug en nog eens vlug.
O Moeite om het (huis)werk helemaal af te maken.
O Moeite om zaken te ordenen (b.v. agenda).
O Moeite om zaken systematisch aan te pakken.

(Bron: praxisbulletin, januari 2003)




    
  
Privacy Statement   |   Terms Of Use Groeienderwijs